Huibrecht Dirk Minderhoud

 

geboren: 16 mei 1932

overleden: 19 januari 2022

 

Voorganger: ds. P. A. den Braanker

Organist: dhr. J. G. Meendering

Liturgie

Orgelspel

Woord van welkom

Bemoediging en groet

Zingen: Lied 23b: 1, 2, 3 en 5

1      De Heer is mijn Herder, ‘k heb al wat mij lust;

Hij zal mij geleiden naar grazige weiden.

Hij voert mij al zachtkens aan waat’ren der rust.

2      De Heer is mijn Herder. Hij waakt voor mijn ziel,

Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen,

Hij schraagt me^als ik wankel, Hij draagt me^als ik viel.

3      De Heer is mijn Herder. Al dreigt ook het graf,

geen kwaad zal ik vrezen, Gij zult bij mij wezen;

O Heer, mij vertroosten uw stok en uw staf.

5      De Heer is mijn Herder. Hem blijf ik gewijd

‘k Zal immer verkeren in ’t huis mijnes Heren:

zo kroont met haar zegen zijn liefde me^altijd.

 

Gebed

Toespraak door dhr. Peter van Dijk

 

Muziek: “Ave Maria”

 

Schriftlezing: Prediker 9: 7 – 10 en 12: 9 – 14

Zingen: Lied 919: 1 en 4

 

1      Gij die alle sterren houdt in uw hand gevangen,

Here God, hoe duizendvoud wekt Gij ons verlangen!

Ach, ons hart is verward, leer het op uw lichte

hoge rijk zich richten.

4      Christus, stille vaste ster, o Gij licht der lichten,

waarnaar wij van her en der onze schreden richten, –

geef ons moed, ’t is ons goed U te zien getrouwe,

uw hoog rijk te^aanschouwen.

Overdenking

Kort orgelspel

Toespraak door Geesje, Karin en Iet

Zingen: Lied 174 (bundel ’38)

 

1      Vaste rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt,

laat mij steunen op uw trouw, laat mij rusten in uw schaûw,

waar het bloed door U gestort, mij de bron des levens wordt.

2      Jezus, niet mijn eigen kracht, niet het werk door mij volbracht, niet het offer, dat ik breng, niet de tranen, die ik pleng,

schoon ik ganse nachten ween, kunnen redden, Gij alleen.

3      Zie, ik breng voor mijn behoud, U geen wierook, mirr’ of goud;

moede kom ik, arm en naakt, tot de God, die zalig maakt,

die de arme kleedt en voedt, die de zondaar leven doet.

4      Eenmaal als de stonde slaat, dat dit lichaam sterven gaat,

als mijn ziel uit d’aardse woon, opklimt tot des Rechters troon,

Rots der eeuwen, in uw schoot, berg mijn ziele voor de dood.

 

Gebed

 

Slotlied: Lied 769: 1, 4 en 6

 

1    Eens als de bazuinen klinken, uit de hoogte, links en rechts,

duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd,

rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is uw pleit beslecht.

4    Als de graven openbreken en de mensenstroom vangt aan

om de loftrompet te steken en uw hofstad in te gaan:

Heer, laat ons dan niet ontbreken, want de traagheid grijpt ons aan.

6    Van die dag kan niemand weten, maar het woord drijft aan tot spoed,

zouden wij niet haastig eten, gaandeweg Hem tegemoet,

Jezus Christus, gistren, heden, komt voor eens en komt voor goed!

Dankwoord door dhr. René Minderhoud

Zegen

 

Orgelspel